Waar kan een jongen van 29 zich een Ford Mustang veroorloven? Daniel Edmund vraagt het zich hardop af. Hij schiet in de lach, steekt een sigaret op en zegt: „Alleen in Dubai.” Zijn grote Armani-horloge bungelt losjes om zijn dunne pols als hij vervolgt: „Zonder scheve blikken te krijgen en zonder een godsvermogen aan verzekering te betalen.”
Daniel Edmund werkte voor een bank in Groot-Brittannië, maar vond het werk stroperig en ambtelijk. Hij wilde niet twintig jaar wachten tot hij belangrijk werd. „Ik wil het nu”, zegt hij. Hij trok naar Dubai. Hij geeft nu financieel advies aan rijken, en dat zijn er hier nogal wat. Hij is eigen baas, rijdt in een dikke bak, verdient lekker, heeft geld voor feestjes, crosst in het weekend in de woestijn met zijn vrienden. „Hier gebeurt het”, zegt Edmund, van enthousiasme van zijn deftige kostschool Engels in het vrolijke Caraïbische accent van St Lucia schietend, waar zijn familie vandaag komt.
Hét gebeurde inderdaad in Dubai. Dagelijks landden er jumbojets met buitenlanders op zoek naar geld en geluk. Gisteren werd een groot vuurwerk ontstoken bij de opening van de Burj Dubai, met 828 meter het hoogste gebouw ter wereld, symbool van booming Dubai. Maar de wolkenkrabber is nu herdoopt in Burj Khalifa, naar de heerser van Abu Dhabi, die Dubai te hulp schoot toen het emiraat opeens wereldnieuws werd vanwege zijn schuldenlast.
Rond de middag lunch met Edmund en zijn vriend Richard Dunnink (34) uit Nederland, die meer wilde zien van de wereld dan Arnhem, waar hij opgroeide. Hij vertrok tien jaar geleden naar Dubai en is nu makelaar. Later schuift Shehzhad Abbasi (29) aan. Hij groeide op in Sheffield, in het noorden van Engeland. Toen zijn ouders terugkeerden naar Islamabad, trok hij naar Dubai, want dat is veel dichterbij. Abbasi is projectontwikkelaar van City of Arabia, een bouwput middenin de woestijn,
In de middag thee met Aninchana Theerawattanapakorn (29) uit Thailand. Zij wilde eveneens de wereld zien en kon stewardess worden bij luchtvaartmaatschappij Emirates. Ook Mohammad Sharif (32) schuift aan. Hij kon in Dubai meer verdienen dan in Kenia, zijn geboorteland.
Alle vijf immigranten voelen zich nodig voor de vooruitgang van Dubai en ze voelen zich er gewaardeerd. Ze maken deel uit van de 1,7 miljoen buitenlanders die Dubai hebben opgebouwd. En voor geen goud willen zij weg, ook niet nu de economische zekerheid is omgeslagen in onzekerheid.
Het leven in Dubai kent ook zijn keerzijde. Sociale uitkeringen bestaan voor buitenlanders in het emiraat nauwelijks. Vakbonden zijn er verboden. Er is geen minimumloon. Als een werknemer langer dan twee weken ziek is, kan zijn salaris worden gehalveerd. Raakt een buitenlander werkloos, dan moet hij binnen een maand nieuw werk hebben, anders moet hij vertrekken.
Richard Dunnink maakt zich weinig zorgen. „Het is inderdaad onzeker en heel anders geregeld dan in Nederland”, zegt hij. „Maar ik ga er ook harder door werken. Ik weet dat ik een grotere verantwoordelijkheid heb om voor mijzelf te zorgen. Er is niemand die mijn handje vasthoudt als het misgaat.”
Voor de lunch kende de makelaar de projectontwikkelaar niet, maar Richard Dunnink en Shehzhad Abbasi wisselen onmiddellijk kaartjes uit. Wie weet: in de toekomst kunnen ze elkaar misschien helpen. Aan een baan, een opdracht of een andere gunst. Dunnink: „In Nederland heb je een vangnet van de overheid, hier is met bkr geldproblemen oplossen je vanget.”
Voor de lokale bevolking van 300.000 zielen in Dubai wordt goed gezorgd. Die genieten van staatswege gratis water, gratis gezondheidszorg, gratis onderwijs, gesubsidieerd eten en benzine. Als zij trouwen kunnen ze een rentevrije hypotheek krijgen voor een huis. Buiten de vrijhandelszones waar ze hun gang kunnen gaan zijn buitenlandse bedrijven verplicht samen te werken met een lokale partner. Vaak zijn dit inwoners die op papier met een bedrijf samenwerken in ruil voor een vergoeding, en zo slapend rijk worden. Volgens onderzoek is 20 procent van de lokale bevolking feitelijk werkloos. Heerser sjeik Sheik Mohammed bin Rashid Al Maktoum ziet het probleem en stimuleert zijn onderdanen in het vinden van echt werk.
Het beleid van de sjeik zorgt voor scheve situaties. Dat merkt Aninchana Theerawattanapakorn. De Thaise vindt het super om te vliegen voor Emirates. „Ik verdien minder dan een stewardess met evenveel dienstjaren die uit de Emiraten komt”, zegt de frêle Thaise met gitzwart haar terwijl ze op het terras van het Hyatt in haar thee roert. „ Ze is afgestudeerd binnenhuisarchitect en werkte tot vier jaar geleden in Londen. „Bij een Europese maatschappij zou ik iets meer verdienen”, zegt ze. Waarom dan toch Dubai? Waarom niet naar British Airways of Air France-KLM of een andere maatschappij die zich moet houden aan strikte anti-discriminatiewetgeving? „Er is hier geen dominante cultuur in Dubai en dat is zo fijn. Haast iedereen is buitenlander”, zegt Theerawattanapakorn. „In Londen had ik soms het gevoel er niet thuis te horen. Ook al was ik voor de wet méér gelijk dan hier.”
Mohammed Sharif uit Kenia, die ook bij Emirates werkt, knikt instemmend. „Mombassa en Dubai drijven al eeuwen handel met elkaar, dus het is een logische plek om te komen. Maar los daarvan: in Europa krijg ik het gevoel voor een baan te moeten strijden met een Engelsman of een Nederlander”, zegt hij. „Die willen mij helemaal niet hebben. In Dubai willen ze mij wel. Ze hebben mij nodig.”
Tijdens de lunch vertelt Shehzhad Abbasi dat ook hij zich in Dubai meer op zijn gemak voelt dan in het Engelse Sheffield, waar hij opgroeide. Abbasi, in maatpak met bijpassend pochet en een gemillimeterd baardje, wilde graag piloot worden, maar hij liet dat plan na ‘11 september’ varen. Hij dacht weinig kans op een aanstelling te hebben. Hij is Pakistaans. Hij is moslim. In Engeland voelde hij zich nooit echt gediscrimineerd, zegt Abbasi. „Maar hier in Dubai is het zo veel makkelijker om moslim te zijn. In Engeland kon ik best vasten of vrij krijgen voor het offerfeest, maar ik bleef de uitzondering. In Dubai niet.”
Hier passen de niet-moslims zich aan, valt Edmund hem bij. Hij wijst rond in de binnentuin van More Café, omringd door torenflats. Onder parasollen zitten klanten aan cappuccino’s, verse munthees, en grote salades niçoise. „Tijdens de ramadan wordt dit met doeken afgeschermd en veel buitenlanders zouden uit respect niet eens hier gaan eten”, zegt Edmund.
In juni zorgde de BBC voor ophef in Dubai door misstanden bloot te leggen in een woonkamp van Arabtec, een van de grootste bouwbedrijven van het emiraat. Edmund bekeek het programma. „Niet om het te vergoelijken, maar die arbeiders verdienen hier meer dan waar ze vandaan komen, zegt hij. „En het is oneerlijk om alleen de vinger naar Dubai te wijzen. In Engeland, Spanje en Amerika wonen veel arme immigranten ook zo.”
Abbasi vindt het lastig. Dagelijks ziet hij de arbeiders aan het werk. „Vaak zijn het Pakistanen, net als ik”, zegt hij. Om de vrijdag gaat hij naar de woonkampen om eten uit te delen. „Zorg dragen voor de minderbedeelden is een kernprincipe van de islam”, zegt Abbasi. „Het is verkeerd dat de staat hier niet meer zorg draagt voor het lot van deze mensen.
Dat de staat gevoelig is voor kritiek op de arbeidsomstandigheden blijkt uit het feit dat er een pinpas werd geïntroduceerd waarop de arbeiders hun loon op gestort krijgen na klachten dat ze maandenlang niet waren betaald.
Dubai lijkt een volwassen stad, zegt Abbasi. „Maar dat is schijn. Er moet nog veel gebeuren. De verantwoordelijkheid van de overheid voor de arbeiders hoort daarbij. Nu Dubai minder hard groeit, kunnen de sjeiks daar aan werken.”
Sommige immigranten zijn hals over kop vertrokken. Ze hadden een appartement op aanbetaling gekocht en konden na hun ontslag de rekeningen niet meer betalen. Voor zulke scenario’s zijn de vijf niet bang. „Emirates blijft groeien”, zegt Mohammed Sharif. De luchtvaartmaatschappij zei vorige maand dat de order van Airbussen A380 voor 1 miljard dollar geen gevaar zou lopen. „En zolang Emirates blijft groeien, zijn wij nodig.”
Aninchana Theerawattanapakorn staart naar de zon die langzaam verdwijnt achter een wolkenkrabber. Ze heeft net 8 uur gevlogen. „We zijn hier ooit gekomen en we kunnen hier dus ook weg. Op naar de volgende plek waar het gebeurt.”
Lees ook:
Laden, moment…
{ 9 trackbacks }
Comments on this entry are closed.